02 Jun 2016

De Kersenboomgaard

In 1904 schreef Anton Tsjechov zijn wereldberoemde toneelstuk De Kersentuin. Een stuk over een voorname Russische familie die niet langer de kosten kunnen dragen van het landgoed en zomerhuis dat zij al generaties lang bezitten. Noodgedwongen moeten ze hun land verkopen en op de plek van de boomgaard worden nieuwe huizen gebouwd. De Kersentuin gaat over hun afscheid van iets dat ooit prachtig was. Over de strijd tussen toekomst en verleden.

In 2010 verhuisden wij naar “De Kersenboomgaard” in Leidsche Rijn. Een nieuwbouwcomplex van 30 atelierwoningen, op de plek waar ooit de boerderij stond van een kersenkweker. Er zijn nog enkele kersenbomen over, ter nagedachtenis aan dat wat geweest is.

Als ik in de zomer deze kersen pluk, dan denk ik aan mijn Griekse oma en opa.

In de vensterbank van hun kleine keukentje in Athene stond altijd een pot ingemaakte kersen. Wisino noemen we deze Griekse lekkernij. Deze kersen waren mierzoet en werden geserveerd op een klein glazen schoteltje bij de Griekse koffie en een glas ijskoud water. Als kind at ik graag wisino, maar niet zo zeer omdat ik het lekker vond. Het was meer vanwege de sensatie. Zoals je zuurtjes eet of een hap neemt van een Spaanse peper. De wisino smaakte niet naar kers maar naar de verheerlijkte herinnering aan kers. Vele malen zoeter, intenser en geconcentreerder.

Mijn oma en opa zijn inmiddels overleden, maar ergens op een vensterbank in mijn gedachten, staat een potje met ingemaakte kersen. Af en toe maak ik het potje open en haal er een kers uit. Dan zie ik ze zitten: Twee oude wijze mensjes, zwijgend op een bankje op de veranda. Turend naar de zee. De rimpels in hun handen als de jaarringen van een boom. Een lichte glimlach om hun mond. Tevreden over hun lang geleden leven. Hun pijn en verdriet zijn door de vele scheppen suiker uit mijn herinnering verdwenen.

Voorstelling: Terug, naar De Kersentuin